Divergeren is het proces waarbij je je denkruimte vergroot door het genereren van een breed scala aan ideeën, opties, of oplossingen voor een specifiek probleem of vraagstuk. Divergeertechnieken zijn ontworpen om creativiteit te stimuleren en om te werken met verbeelding. Convergeren is de fase van het maken van keuzes.
Divergeren en convergeren biedt een kansrijk stappenplan voor het ontwikkelen van oplossingen of innovatieve ideeën. Toch liggen er valkuilen op de loer. Ontdek hier hoe je deze brainstormtechniek zo effectief mogelijk benut.
Stel je een brainstormsessie voor over de vraag ‘Hoe kunnen we kinderen meer aan het bewegen krijgen? Bij divergeren verzamel je zo veel mogelijk ideeën, variërend van extra beweegmomenten in de klas, een probeer-kaart bij lokale sportverenigingen, fitcoins, smash-volleybal of meer beweeg-speeltuinen in de wijk.
Maximaal divergeren kan je doen met de creatief denken methodiek. Er zijn immers tal van manieren van innovatief denken die je brein net even dat zetje extra te geven voor zowel meer ideeën alsook uniekere ideeën.
Convergeren is het proces waarbij je gaat selecteren, analyseren en verfijnen van de beste ideeën of oplossingen uit de divergente fase. Het is de fase waarin je keuzes maakt en je richt op de opties waar je de meeste kansen in ziet.
1. Mind Mapping: Maak visuele diagrammen om ideeën te verkennen en te organiseren. Dit helpt om associaties tussen concepten te vinden en nieuwe perspectieven te ontdekken.
2. De Zes Denkhoeden van De Bono: Gebruik verschillende ‘denkhoeden’ om vanuit diverse perspectieven naar een probleem te kijken. Bijvoorbeeld, de ‘gele hoed’ vertegenwoordigt optimisme en de ‘zwarte hoed’ benadrukt kritisch denken.
3. SCAMPER: Dit acroniem staat voor Substitute, Combine, Adapt, Modify, Put to another use, Eliminate, en Reverse. Het is een krachtige tool om bestaande ideeën te herzien en te transformeren naar nieuwe concepten.
1. Opleggen en overtuigen. Dit remt de creativiteit en zet mensen in de waarom-stand. Geef bij al het bepalen van de vraag mensen de ruimte hun input te geven. Leg geen vraagstuk of idee op. Laat overtuigen ook achterwege. Die vrijheid in fase 1 zorgt voor meer betrokkenheid in fase 2.
2. Er ontbreken mensen in de sessie. Een ander criterium voor succesvol convergeren pak je ook vooraf al aan: nodig de juiste mensen uit. Vaak blijkt dat de besluitvormers en/of uitvoerders niet in de groep zitten, en daarom kan een concreet uitgewerkt idee alsnog in de prullenbak belanden. Want zij waren er niet bij, je wilt hen gaan overtuigen en vervolgens belanden diegenen in de ‘Ja, maar….’
3. Geen actie, alleen maar re-actie. Misschien wel de grootste valkuil is dat het bij overleggen blijft. Heb je eindelijk keuzes gemaakt, worden er uiteindelijk geen acties ondernomen. Wel een zoveelste overleg, met vooral een kritische noot, twijfel en ellenlange analyses. 5-4-3-2-1-ACTIE dus!
Divergeren en convergeren is een krachtig duo voor het bevorderen van innovatie en groei.